Wanneer het veld het werk doet
Eerder deze maand deed ik een oefening tijdens de opleiding familieopstellingen: het letterlijk dragen en teruggeven van de lasten die we uit ons familiesysteem meedragen. Het blijkt een allesbehalve luchtige oefening…
De oefening: dragen, teruggeven en ontvangen
De helft van de groep krijgt de opdracht om in een rechte lijn naast elkaar te gaan staan om te ontvangen. De andere helft pakt meditatiekussens, totdat ieder voelt: dit symboliseert de last die ik meedraag vanuit mijn familiesysteem.
Ik sta eerst in de lijn van ontvangers en zie hoe mijn medecursisten stapels kussens dragen en er mee rondlopen. De bedoeling is dat je fysiek voelt wat je meedraagt.
Op enig moment kiest elke drager intuïtief één ontvanger en gaat er tegenover staan. Eerst alleen maar in de ogen kijken en voelen: van wie is deze last uit het familiesysteem? Daarna geeft de drager de last terug, met de woorden: “Lieve …., dit heb ik gedragen, maar het is niet van mij. Het is van jou en ik geef het je hierbij terug.”
Het systeem zoekt altijd naar balans. Een kind dat gaat dragen, doet dat uit liefde voor het systeem.
Wat moet ík hiermee?
Als ontvanger blijk ik de moeder van één van mijn medestudenten. Het in ontvangst nemen van de stapel kussens geeft me als “moeder van” een verward gevoel: “Ja, da’s mooi, ik wil het op zich wel aannemen, maar het is eigenlijk ook niet van mij. Wat moet ik hier nu mee?” Het voelt alsof er opeens iets op mijn bord ligt wat daar niet hoort. Na de kussens korte tijd te hebben vastgehouden, besluit ik ze vóór mijn voeten op de grond te zetten.
De bliksem slaat in
Daarna wisselen we van rol, maar eerst mogen de kussens terug in het midden van de zaal.
Een medestudent die net haar last heeft teruggegeven, bukt zich als vanzelf om “haar” kussens terug te leggen. De docent zegt: “Het is NIET de bedoeling dat je de last die je net hebt teruggegeven, weer oppakt.”
Zij begint te lachen, ik lach ook. Ik kijk haar aan en zie hoe haar lachen verandert in verdriet. En opeens: meedogenloos. Die blikseminslag. Ook bij mij het besef: dit is precies wat ik ook doe… Altijd maar als vanzelf in actie, altijd willen helpen, hard werken om het een ander naar de zin te maken. Alles tot mijn verantwoordelijkheid maken.
En terwijl dit tot ons beiden doordringt, hoor ik de docent zeggen:
“Stap goed uit je rol als ontvanger, loop rond. En voor iedereen: Maak een buiging voor jezelf.”
Een aanzwellende golf van verdriet overspoelt me. Mijn keel wordt dichtgeknepen. Slikken doet opeens pijn. En bizarre gewaarwording, deze fysieke reactie. Ik probeer de tranen te onderdrukken, maar het lukt niet. En dus laat ik het allemaal maar toe en adem zo rustig mogelijk naar mijn buik. Na een tijdje kom ik overeind. De docent vraagt zacht: “Anja, heb je iets nodig?”
Ik antwoord: “Nee hoor, dankjewel, het gaat alweer.”
Een nieuw besef daalt in: ook zo’n typische Anja-reactie… Ik zucht en laat ook deze binnenkomen.
Ik mag dragen en voelen
Nu is het mijn beurt om te dragen en terug te geven. Ik pak drie kussens. Ook mijn medestudenten pakken kussens.
De docent loopt naar het midden om het ene kussen dat er nog ligt weg te leggen. Ik sla haar gade, waarop zij vraagt: “Wil jij deze nog?”
“Ja,” voel ik. En ze legt het kussen bovenop de andere 3.
Zo zeul ik een tijdje met vier meditatiekussens. Pittig zwaar. Ik kan zelf niet eens over de stapel heen kijken 🙈
Al lopend heb ik nog geen idee van wie deze last is. Mijn hoofd wordt druk, mijn gedachten stuiteren. Wat als ik straks niet weet van wie deze last is? Hoe weet ik of het klopt? Mijn voeten brengen mij bij de kleinste en tengerste dame van de groep 😨
Terwijl ik naar haar kijk, weet ik het: de last die ik draag is van mijn oma. Maar er gebeurt nog iets…
Mijn hoofd schiet in actie
“Zij kan die vier kussens niet dragen. Ze bezwijkt onder de stapel! Je kunt ze beter op de grond voor haar zetten.” Vertwijfeld reik ik haar de stapel aan. Ook bij haar zie ik aarzeling. Ik herinner me niet meer precies hoe het ging, maar uiteindelijk zetten we de stapel samen, beheerst, vóór haar voeten op de grond. Pas veel later realiseer ik me dat dit moment opnieuw laat zien hoe vanzelfsprekend het voor mij is om voor een ander te dragen. Een last over te nemen.
Bevrijdend en onwennig
Het teruggeven voelt bevrijdend, maar ook onwennig. Ik zit vól in mijn eigen proces en zie ook bij mijn medestudenten veel gebeuren. Niemand had zich van tevoren gerealiseerd hoe krachtig deze oefening is.
De kracht van het alwetende veld
Deze ogenschijnlijk eenvoudige oefening laat me voor de zoveelste keer voelen hoeveel er is dat wij nauwelijks kunnen begrijpen of in woorden kunnen vangen. Die fascinerende kracht van het energetische veld… dat wéét. Of het nu gaat om een korte oefening, of een kleine of grote opstelling: gedoceerd laat het veld minutieus zien wat er speelt en wat op dat moment zichtbaar mag worden.
Daarnaast realiseer ik me telkens weer dat dit soort processen niet kan worden afgedwongen. We mogen het pas ervaren en zien zodra de timing juist is. Passend bij de betreffende fase van ieders reis.
Innerlijke systeem-reset: van hoofd naar overgave
En zo krijg ook ik, stap voor stap, telkens weer nieuwe puzzelstukjes aangereikt. Ik leer steeds beter vertrouwen op mijn interne kompas. Onderscheid maken tussen wat mijn hoofd de hele dag roeptoetert en wat zich vanuit mijn innerlijke wijsheid aandient. Meer leven vanuit overgave, minder vanuit ratio en controle, minder het “nu” willen fiksen.
Niet dat mijn hoofd geen functie meer heeft. Het is nog steeds nuttig: informatie verzamelen, kennis tot me nemen, analyseren, vragen formuleren, patronen herkennen, keuzemogelijkheden bedenken. Maar het weet niets over wat de juiste keuze of richting is, of wanneer het moment dáár is. Leren vertrouwen dat het leven, zoals het voor mij bedoeld is, zich vanzelf via het alwetende veld ontvouwt, is een prachtig geschenk. Een geschenk dat ik graag deel met iedereen die ik op mijn reis mag ontmoeten. 😊🙏🏻